Ruiselede in beeld

Overlijden

Plaats

De aangifte van overlijden wordt gedaan bij de ambtenaar van de burgerlijke stand van de plaats van overlijden.

Wordt een lijk ontdekt dan is de bevoegde ambtenaar van de burgerlijke stand deze van de plaats waar men het gevonden heeft: ligt het lijk op de grenslijn van twee gemeenten dan is de ligging van het hoofd doorslaggevend.

Is de plaats van overlijden onbekend, bijvoorbeeld als een lijk op het strand aanspoelt of uit het water van een rivier of kanaal wordt gehaald, dan moet de overlijdensakte opgemaakt worden in de gemeente op wiens grondgebied het lijk gevonden werd.

Heeft het overlijden plaats tijdens een treinreis dan moet de aangifte gedaan worden bij de ambtenaar van de burgerlijke stand van de plaats waar de reis onderbroken wordt of eindigt.

Opstellen van de overlijdensakte

De bevoegde ambtenaar van de burgerlijke stand stelt de overlijdensakte op, op voorlegging van een aantal documenten en stuurt een afschrift naar de laatste woonplaats van de overledene. Er kunnen dus zowel op de plaats van het overlijden als in de laatste woonplaats afschriften van de akte verkregen worden.

Termijn 

De wet voorziet geen termijn binnen dewelke de aangifte van overlijden moet gebeuren. Algemeen wordt aanvaard dat het zo snel mogelijk moet gebeuren en dit binnen de vijf dagen na het overlijden.

Door wie moet aangifte gebeuren?

De akte van overlijden wordt opgemaakt door de ambtenaar van de burgerlijke stand van de plaats waar de persoon is overleden, zodra hem een overlijdensattest werd voorgelegd door een verwant van de overledene of door een derde persoon die de inlichtingen kan meedelen welke vereist zijn voor het opmaken van voornoemde akte. In de praktijk gebeurt de aangifte door de begrafenisondernemer die handelt in opdracht van de familie.

Wie is bevoegd om in de lijkbezorging te voorzien?

De persoon die tijdens de laatste levensjaren of -maanden van de overledene hem sentimenteel het meest na stond - de persoon die tijdens de laatste levensjaren of -maanden van de overledene het best diens wensen betreffende de modaliteiten van de begrafenis heeft gekend. Wanneer de echtgeno(o)t(e) nog leeft zal hij/zij zich meestal met de taak inlaten.

Indien tussen de leden van de familie conflicten ontstaan i.v.m. de wijze van lijkbezorging zijn uitsluitend rechtbanken en hoven bevoegd om hiervan uitspraak te doen.

Laatste wilsbeschikking

Elkeen kan tijdens zijn leven vrijwillig een schriftelijke kennisgeving van zijn laatste wilsbeschikking inzake de wijze van lijkbezorging richten aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van zijn woonplaats.

De declarant heeft volgende keuzemogelijkheden:

  1. begraving van het stoffelijk overschot
  2. crematie gevolgd door verstrooiing van de as op de strooiweide van de begraafplaats
  3. crematie gevolgd door verstrooiing van de as in de Belgische territoriale zee
  4. crematie gevolgd door begraving van de as binnen de omheining van de begraafplaats
  5. crematie gevolgd door bijzetting van de as in het columbarium van de begraafplaats
  6. crematie gevolgd door uitstrooiing op een andere plaats dan de begraafplaats of in de Belgische territoriale zee
  7. crematie gevolgd door begraven op een ander plaats dan de begraafplaats
  8. crematie gevolgd door de bewaring van de as op een ander plaats dan de begraafplaats

Tijdens het leven zijn latere wijzigingen steeds mogelijk via een nieuwe aanvraag bij de ambtenaar van de burgerlijke stand van zijn woonplaats.

De ouders van de minderjarige jonger dan zestien, of de persoon die hem onder zijn bevoegdheid heeft, worden gemachtigd deze beschikking in zijn naam en voor zijn rekening in te dienen, met dien verstande dat de minderjarige deze beschikking kan herroepen of wijzigen op het ogenblik dat hij zestien wordt.

Indien de overledene een laatste wilsbeschikking heeft laten registreren, moet de ambtenaar van de burgerlijke stand van de plaats van overlijden desgevallend een toelating tot begraven of een toelating tot crematie afleveren.

Vaststelling van overlijden

Het is uitdrukkelijk verboden over te gaan tot de begraving, vormneming, lijkschouwing, balseming, kisting of gelijk welke andere behandeling op het lichaam van de overledene, vooraleer de dood werd vastgesteld door de ambtenaar van de burgerlijke stand, in werkelijkheid de geneesheer die gedelegeerd werd om de overlijdens vast te stellen of de behandelende geneesheer.

De verplichting van de ambtenaar van de burgerlijke stand om het overlijden vast te stellen bestaat niet wanneer er tekens of aanwijzingen zijn van een gewelddadige dood of andere omstandigheden die zulks laten vermoeden.

Welke documenten dienen bij aangifte voorgelegd te worden?

  • een overlijdensverklaring ondertekend door de geneesheer die het overlijden heeft vastgesteld (model III C of model III D kindje jonger dan 1 jaar)
  • identiteitskaart en eventueel trouwboekje van de overledene
  • attest laatste wilsbeschikking (afgeleverd door de dienst bevolking van de laatste woonplaats)
  • de toelating tot begraven indien de begrafenis in een andere gemeente of stad plaats heeft
  • voor crematie: een aanvraag tot lijkverbranding, een bijkomend medisch attest en het attest van de beëdigde geneesheer (bij natuurlijk overlijden)

nader te bepalen oorzaak, moet de ambtenaar van de burgerlijke stand ingelicht worden over de omstandigheden van het overlijden. In dit geval zal hij pas na het akkoord van de procureur des konings toelating kunnen verlenen tot het vervoer en het begraven of cremeren van de overledene.

Begraving

Geen begraving kan geschieden zonder toelating van de ambtenaar burgerlijke stand. De begraving mag pas plaatsvinden ten vroegste 24 uur na het overlijden.

Doodgeboren kinderen

Wanneer een kind is overleden op het ogenblik van de vaststelling van de geboorte door de ambtenaar van de burgerlijke stand of de door hem toegelaten geneesheer of gediplomeerde vroedvrouw, maakt de ambtenaar van de burgerlijke stand van de plaats waar het kindje ter wereld kwam, een akte van aangifte van een levenloos kind op.

Door een recente wetswijziging krijgen de ouders de vrije keuze om geen, één of meer voornamen aan het kindje te geven.

Overlijden in buitenland

De akte van overlijden van een Belg in een vreemd land mag worden opgemaakt, hetzij door de plaatselijke overheden, in de vorm die in dat land gebruikelijk is, hetzij door de Belgische diplomatieke of consulaire agenten.

Indien in het buitenland de overlijdensakte opgemaakt wordt door de plaatselijke overheid, zal de ambtenaar van de burgerlijke stand in België, aan wie door de familie de akte wordt overgelegd, nazien of het document:

  • een voor eensluidend afschrift is uit de overlijdensakte;
  • degelijk gelegaliseerd is;
  • vertaald is door een beëdigd vertaler naar de taal die volgens de taalwetgeving voorgeschreven is voor de desbetreffende gemeente of stad.

De ambtenaar van de burgerlijke stand moet tevens nazien of de overledene zijn laatste woonplaats in België had in zijn gemeente of stad.

Als alle formaliteiten vervuld zijn gaat de ambtenaar van de burgerlijke stand over tot de inschrijving van de overlijdensakte in de registers van de burgerlijke stand.

Indien de overlijdensakte in het buitenland opgemaakt werd door de Belgische diplomatieke of consulaire agenten zenden deze een voor eensluidend verklaard afschrift van de akte aan het ministerie van Buitenlandse Zaken. Op verzoek van het ministerie van Buitenlandse Zaken wordt de desbetreffende akte overgeschreven in de registers van de burgerlijke stand van de laatste woonplaats van de overledene in België.

Indien de overlijdensakte in het buitenland opgemaakt overgeschreven werd in de registers van de burgerlijke stand van de laatste woonplaats van de overledene kan men daar terecht om voor eensluidende afschriften van desbetreffende akte te verkrijgen.