Geschiedenis
De eerste maal dat men het toponiem Ruiselede hoort is in het jaar 1106. Dan schenkt, op verzoek van Tancradus, kanunnik van Doornik en patronus van Rusleda, de bisschop van Doornik, Baldricus, het patronaat over de kerk aan de abt van Saint-Bertin in Sint-Omaar.
Rusleda is eigenlijk een Germaanse samengestelde vorm, die enerzijds rietachtig en anderzijds waterloop of helling betekent.
Ruiselede is een oude parochie, afhankelijk van Tielt en in de Kasselrij Kortrijk, die ook gedeeltelijk afhing van de Kasselrij van de oude burcht van Gent.
Waarschijnlijk heeft dit dorp eerst de naam gedragen van het kasteel van de heerlijkheid Axpoele.
Gedurende meer dan zeven eeuwen lang bezat de abdij van Sint‑Bertinus van Sint-Omaar het patronaat van de kerk van Ruiselede. De abdij hief er belangrijke tienden.
Op het grondgebied van Ruiselede bevond zich eertijds een gemeenschap van Tempeliers. Men had er de heerlijkheden "Grooten Eeckhoutte", "het Vlaeght", "Poelvoorde" en "Sint-Pieter". De heerlijkheid Axpoele strekte zich uit van Beernem tot aan het dorp Poeke. Haar grondgebied werd verdeeld tussen verschillende families. Het huis van Poeke werd er de voornaamste eigenaar van en voerde lange tijd de titel van "Heer van Axpoele". De heerlijkheid Moortelwalle, deel van de baronie Poeke, was een enclaaf van het grondgebied Ruiselede.
De Parochie Doomkerke ligt volledig binnen de grenzen van de gemeente Ruiselede, en dankt haar naam aan haar stichter : pastoor Karel Doom. Geboren te Hooglede in 1797. Van 1824 tot 1842 was hij onderpastoor te Kortrijk en van 1842 tot 1868 pastoor te Ruiselede. In dat jaar kwam er het kerkje dat hij met eigen middelen heeft opgericht. Het werd gebouwd tussen de wijken 't Haantje, de Kruisebergen en de Bruwaan. Hij nam ontslag als pastoor te Ruiselede en ging naast zijn kerkje wonen.
Pas in 1876 werd de parochie opgericht onder de naam Doomkerke.
Voor de Franse Revolutie behoorde het grondgebied van Doomkerke voor een groot deel tot de Gentse Sint-Pietersabdij. Vandaar de benamingen Sint-Pietersveld en Sint-Pieters-Schalklede. (Op de plaats van de vroegere vierschaar van deze heerlijkheid werd in 1960 een gedenksteen geplaatst). Andere bezitters waren: de heren van den Hauweelschen, van Ooigem, Dentergem, Poeke, e.a.
Oost-west midden doorheen Doomkerke loopt de zuidelijke grens van het eertijds woest Bulskampveld, dat zich van Ruddervoorde tot Bellem uitstrekte. Het zuidelijke gedeelte van de parochie behoort tot de zandleemstreek van oudsher bebouwd en dicht bewoond. Het noordelijke gedeelte behoort tot de zandstreek, eertijds woest en veelal moerassig, later bebost, terug gedeeltelijk ontbost, drooggelegd en bebouwd. Doorheen Doomkerke loopt, zuid-noord, de West-Vlaamse dialectgrens. De streek van Doomkerke is bekend om haar massale uitwijking naar Amerika vanaf 1888. Doomkerke alleen telt er meer dan 300. Een gedenksteen aan het Veldkapelletje herinnert sedert 1958 aan dit feit.
De parochie Kruiskerke (het Ruisleeds Veld of ’t
Parochieveld) ligt ook volledig binnen de grenzen van de gemeente
Ruiselede. In 1932 werd, onder impuls van Joseph Van Rijckeghem,(pastoor te
Ruiselede van 1930 tot 1938) een grote kapel gebouwd om de inwoners de kans te
geven ter plaatse de eucharistie te vieren. In 1934 werd de kapel met twee
bijkomende bogen verlengd.

Na de aankondiging door Mgr. Henri Lamiroy van een nieuw hulpparochie, die de naam Kruiskerke zou dragen, volgde vlug de goedkeuring door de kerkraden van beide andere parochies (die een deel van hun grondgebied moesten afstaan). In de zitting van 8 december werd het voorstel door de kerkraad van Doomkerke goedgekeurd en de kerkraad van Ruiselede verleende zijn goedkeuring op 15 december 1946. De parochie Kruiskerke was geboren. Een 180 inwoners van Doomkerke gingen naar de nieuwe parochie over, maar Doomkerke kreeg een zelfde aantal inwoners van Ruiselede terug. Ruiselede centrum zelf stond het grootste deel af ten voordele van de bevolking van de nieuwe parochie. In 1947 werd door het klooster begonnen met de bouw van de pastorie en in augustus 1947 kreeg het Veld uiteindelijk zijn naam als parochie ‘Heilig Kruisverheffing Kruiskerke’.
Meer geschiedkundige informatie over Ruiselede vindt u op deze website : http://home.scarlet.be/~fgelaude/
Opgravingen Ommegangstraat
Archeologisch onderzoek Ruiselede Ommegangstraat
In februari 2009 kregen de sociale bouwmaatschappij De Mandel en huisvestingsmaatschappij Vivendo een bouwvergunning voor de bouw van 33 koopwoningen en 22 huurwoningen ter hoogte van de Ommegangsstraat. Vóór de werkzaamheden konden starten, diende nog een – wettelijk verplicht – archeologisch onderzoek van de site plaats te vinden. Dit vooronderzoek toonde aan dat op het terrein verschillende archeologische sporen aanwezig waren. Zo werden grachten, greppels, paalsporen en kuilen gevonden die vermoedelijke restanten zijn van een aantal erven uit de IJzertijd en de Romeinse periode.
Dit vormde de aanleiding tot een bijkomend archeologisch onderzoek, dat van start ging op 12 oktober 2009. De archeologen van Soresma, een onafhankelijk adviesbureau, hopen in deze laatste fase van het archeologische luik de erven grondig te kunnen onderzoeken. Verwacht wordt dat het onderzoek begin december 2009 afloopt. Na het einde van deze grondige studie, staat niets de start van de bouwwerken nog in de weg.
Via de gemeentelijke website www.ruiselede.be kan de voortgang van het onderzoek gevolgd worden. Soresma zal geïnteresseerden de kans bieden om een geleid bezoek op de opgraving mee te maken. De precieze data van deze bezoeken worden later meegedeeld. Buiten deze bijzondere bezoeken is het verboden de werf te betreden.
Voor inlichtingen over de bouwwerken kan u terecht bij De Mandel, Botermarkt 30 – 8800 Roeselare / 051/20-12-83 / www.demandel.be
Archeologisch onderzoek: stand van zaken
Sedert begin oktober 2009 voert Soresma archeologisch onderzoek uit aan de Ommegangstraat te Ruiselede. De opgraving werd noodzakelijk geacht na een proefsleuvencampagne uitgevoerd door Ruben Willaert bvba in de maand april (21-28 april 2009), waarbij een aantal sporen uit verscheidene periodes werden aangetroffen. Eerder onderzoek in Ruiselede bracht reeds grafheuvels uit de bronstijd (2000-800 v.Chr.) aan het licht alsook een mogelijk Romeins wegdek (net ten zuiden van de Klaphullebeek) en een ijzertijdmonument.
Tot nu toe vonden de archeologen grote clusters van paalsporen, een waterput, kuilen, grachten en graven. Het deel van de sporen dat kan gedateerd worden moet men plaatsen tussen het finaal neolithicum (3000-2000 v.Chr.) en de vroeg romeinse periode (69 n.Chr). Het materiaal dat reeds is aangetroffen bestaat uit silex/vuursteen (in de prehistorie maakten de mensen hiermee gebruiksvoorwerpen zoals messen – pijlpunten – bijlen - ..) en aardewerk. In totaal konden al met zekerheid een zevental gebouwplattegrondjes herkend worden uit verscheidene periodes. Het merendeel hiervan wordt ingenomen door spiekers (graanschuurtjes) die veelvuldig werden aangelegd nabij de akkers en het erf.
Uniek voor de streek en zeldzaam voor Vlaanderen betreft de aanwezigheid van een 2000 jaar oud Gallo-Romeins grafveld met grafmonument. Het grafveld zelf is gelegen buiten de bewoningskern (die nog niet met zekerheid is aangetroffen) en bestaat uit een grafmonument of enclosure en uit maximum 9 herkenbare brandrestengraven (crematiegraven) waarvan 2 exemplaren binnen het monument gelegen waren. Deze twee graven binnen de enclosure mogen gezien worden als de laatste rustplaats van de meest belangrijkste mensen van de streek ten tijde van de Romeinse overheersing. Ten oosten van dit rechthoekige monument (21 m op 12,5) liggen nog eens 7 graven. Dit monument betreft momenteel de grootste van zijn soort en periode in Oost -en West vlaanderen. Dergelijke grafmonumenten werden al aangetroffen te Maldegem, Ursel, Oudenburg, Oostwinkel & Jabbeke.
Enkele graven zijn reeds onderzocht. Naast een schoennageltje zijn ook glas en aardewerk aangetroffen. In één graf zijn maar liefst zes aardewerken potten meegegeven. Hiervan zijn er zeker twee in een geïmporteerde luxewaar. Het betreft terra sigillata & terra nigra uit Frankrijk. Deze luxe –en dure potten werden als persoonlijk bezit meegegeven in het graf. Zeldzaam was ook de aanwezigheid van een mini-potje met hoogte van 10 cm. Dergelijke miniatuur potjes werden niet gebruikt voor het dagelijks leven maar zijn uitsluitend voor het begrafenisritueel aangewend. Op basis van de deze eerste vondsten kan het graf voorlopig gedateerd worden tussen 0 en 100 n.Chr. Het komt maar heel zelden voor dat dergelijke hoeveelheden aardewerk werden meegegeven met de overledene. Op basis van de eerste gegevens is dit het rijkste Galloromeinse brandrestengraf ooit gevonden in Oost- en West-Vlaanderen. Dit benadrukt het belang van de overledene en wordt alleen maar versterkt door de ligging nabij het grafmonument. Niet iedereen kreeg een dergelijke begraving en het was aanzien als een privilege om begraven te worden nabij de elite van de streek.
Later bij de verwerking wordt het grafveld dan op basis van de verzamelde data in zijn regionale en interregionale context geduid en geïnterpreteerd.
In de komende weken zullen de verschillende structuren en sporen nader onderzocht worden.
Tekst: Jasper Deconynck
Rondleidingen
Op zaterdag 19 december organiseert Soresma, het onafhankelijke adviesbureau dat instaat voor de archeologische opgravingen in de Ommegangstraat, begeleide bezoeken aan de archeologische site. De rondleidingen zullen doorgaan om 11u, 13u en 14u. Elke rondleiding duurt ongeveer 1u. Per sessie worden maximum 30 personen toegelaten op de site. Inschrijven is daarom noodzakelijk!
Inschrijven kan bij de cultuurdienst op 10,11, 14 en 15 december.
Cultuurdienst
Markt 1
8755 Ruiselede
Openingsuren: 8u30-12u en 13u-16u30
